Het BZO is een begeleidingsinstrument dat jongeren en volwassenen helpt bij het nadenken over opleidings- of beroepskeuze. Het wordt zelfstandig (eventueel thuis) ingevuld, gescoord en geïnterpreteerd.In het testboekje beantwoordt de gebruiker...
Vragenlijst met 119 items, verdeeld over zeven schalen:E: sociale extraversie met emotioneel aspect, 23 items;G: gevoelsmatigheid, asthenie, emotionele kwetsbaarheid, 19 items;R: reagibiliteit, actief, doenerig, ondernemend, 17 items;A:...
Beoordelingsschaal gebaseerd op de theorie van E.H. Erikson. M.b.v. een semi-gestruc-tureerd interview worden de bindingen van een persoon geïnventariseerd op het gebied van 1. school, vrijetijdsbesteding en werk, 2. relatie met de ouders, 3....
De schaal omvat vier subschalen met elk 12 items: EO, eenzaamheid in de relatie met ouders; EL, eenzaamheid in de relatie met leeftijdgenoten; AN, aversie tegen of negatief beleefd alleen-zijn; AP, affiniteit voor of positief beleefd...
Bij deze test wordt aan de cliënt gevraagd zijn persoonlijkheid te beschrijven aan de hand van tien bijvoeglijke naamwoorden. Op basis hiervan worden scores afgeleid voor de dimensies Extraversie, Vriendelijkheid, Gewetensvolheid,...
De vragenlijst bestaat uit tien schalen van elk zes items die de volgende stemmingen representeren: Depressief, Uitgelaten, Schuw, Humeurig, Boos, Moe, Gewetensvol, Onverschillig, Arrogant, Angstig. Bij vorm A beoordeelt men zijn...
Vragenlijst met 83 items met drie antwoordmogelijkheden. Instructie vooraf. Vijf subschalen: negativisme (NEG), somatisering (SOM), verlegenheid (VERL), ernstige psychopathologie (PSY) en extraversie (EX).De NVM is sinds 2003 vervangen door de...
De vragenlijst is een bewerking voor jeugdigen van de Zelfbeoordelingslijst Feij, 1979, en bestaat uit vijf subschalen: Extraversie (10 items), Emotionaliteit (14 items), Impulsiviteit (9 items), Spanningsbehoefte TAS (11 items) en...
De test bestaat uit tien subtests: Woordenlijst, Legkaart, Vaaropdracht, Sorteren, Figuur ontdekken, Cijferen, Draaikaart, Woordmatrijs, Woordopnoemen I en II. Voor de verkorte vorm zie het fiche van de Handleiding 1983.
De test heeft verschillende vormen voor kleuters, schoolkinderen en volwassenen. De testopgaven bestaan uit één normfiguur en vier tot acht varianten hiervan, waarvan er één identiek is aan de normfiguur. Men moet de identieke figuur kiezen.