Vragenlijst met 50 items die vijf subschalen omvatten:Piekeren (PI, 12 items), Rigiditeit (RI, 14 items), Behoefte aan waardering (BW, 7 items), Externe Controle (EC, 7 items), Probleemvermijding (PV, 10 items).Op vijfpuntsschalen moet worden...
Vragenlijst met 14 items die elk een behoeftedimensie representeren zoals advies, confessie, steun e.d. De patiënt beoordeelt elk item op een vijfpuntsschaal van ‘dit is precies wat ik wil' tot ‘dit wil ik helemaal niet'. De PBV is een vertaling...
Een vragenlijst met 31 items die op zespuntsschalen beantwoord moeten worden, van ‘zeer mee eens' tot ‘zeer mee oneens'.Vijf subschalen: Behoefte aan structuur (8 items), Behoefte aan voorspelbaarheid (6 items), Besluitvaardigheid (7 items),...
Vragenlijst met 37 items: 34 met a priori stressvol geachte gebeurtenissen en 3 met a priori positieve gebeurtenissen. De primaire opvoeder (ouder/verzorger) vult zelfstandig de VMG in en geeft aan of en wanneer de gebeurtenis is voor gekomen en...
Vragenlijst met 78 items die vier subschalen omvatten: Studiewaardering, Zelfvertrouwen, Faalangst, Studievermijding/inzet. De items worden beantwoord op vijfpuntsschalen van ‘(bijna) nooit' tot ‘(bijna) altijd'. Er is ook een p.c.-versie.De...
De MPVC is met uitzondering van twee items gelijk aan de MPVH en bestaat uit 52 items met antwoordcategorieën juist, ? en onjuist. Patiënt moet aangeven welk antwoord de laatste tijd op hem van toepassing is. De vier subschalen zijn...
‘State’ vragenlijst met 50 items waarbij men bij elke situatie m.b.v. een vijfpuntsschaal moet aangeven hoe gespannen men is en vervolgens hoe frequent men in die situatie verkeert door eigen toedoen. De vier subschalen zijn: NEG, het uiten van...
Vragenlijst met 11 items. De ISB komt overeen met de sociale dimensie van de IRGL, 1990. Er zijn drie subschalen: Potentiële emotionele betrokkenheid, Feitelijke vertrouwelijkheid en Bezoek. Op vierpuntsschalen moet aangegeven worden in...
De test bestaat uit een blad met 33 regels van elk 24 figuren met 3, 4 of 5 stippen. De 4-stip figuren zijn voor 50% vierkant en voor 50% ruitvormig. Men moet zo snel mogelijk, ononderbroken, alle 4-stip figuren doorstrepen. Er zijn twee oefenregels.
Schooltoets bestaand uit vier woordleeskaarten met 30 tot 33 items van gelijk moeilijkheidsniveau per kaart. De kaarten lopen geleidelijk op w.b. complexiteit van de orthografische structuren. Het bereik komt globaal overeen met AVI-niveaus 1...