Methode bestaande uit twee parallelvormen A en B, elk met 45 opgaven. De opgaven zijn in groepen van 5 verdeeld over negen schalen:1. Vergelijken: het vergelijken van objecten op kwalitatieve en kwantitatieve kenmerken.2. Hoeveelheden koppelen:...
Vragenlijst bestaande uit tien inhoudsschalen en twee controleschalen met in totaal 62 items. Een informant beantwoordt de items op een driepuntsschaal. Met de inhoudsschalen wordt de cliënt op tien persoonlijkheidskenmerken beoordeeld:- Sociaal...
Schaal met 24 items die vragen naar leefgewoonten. Uit de drie tot vijf antwoordmogelijkheden moet er één aangekruist worden die het meest van toepassing is.