Methode bestaande uit twee parallelvormen A en B, elk met 45 opgaven. De opgaven zijn in groepen van 5 verdeeld over negen schalen:1. Vergelijken: het vergelijken van objecten op kwalitatieve en kwantitatieve kenmerken.2. Hoeveelheden koppelen:...
De test bestaat uit een kaart met de complexe figuur, papier, potlood en scoringsformulier. Opdracht: het uit de vrije hand natekenen van de figuur. Wordt o.a. gebruikt voor screening op hersenorganiciteit.
Evaluatieschaal met 94 items die zes factoren omvat:1. Gebrek aan persoonlijke inzet van de leerkrachten (32 items); 2. Wanorde en passiviteit van de leerlingen (15 items); 3. Prestatiegerichtheid (10 items); 4. Individualisme van de leerlingen...