Schooltoets gericht op het onderzoeken van elementaire rekenbewerkingen. Hierbij wordt verondersteld dat basisvaardigheden van het rekenproces, zoals optellen en vermenigvuldigen reeds aanwezig zijn. Het instrument bestaat uit 60 items verdeeld...
De test bestaat uit drie subtests van de GIT: Cijferen, Legkaart en Woordmatrijs. Elke subtest heeft drie oefenitems, alle items worden aangeboden.
De vragenlijst bestaat uit 89 vragen met meervoudige antwoordvorm. De jongere kiest het antwoord dat op hem/haar het meest van toepassing is. Er zijn vier subschalen: P (34 items), F- (14 items), F+ (18 items) en SW (23 items).