De test bestaat uit drie aparte subtests: Verbale Analogieën (40 opgaven) waarbij identieke relaties tussen twee woordparen gevonden moeten worden; Woordenschat (64 opgaven) in vijfkeuzevorm en Functies van Woorden (40 opgaven), bestaande uit...
Vragenlijst met 95 items betreffende onaangename situaties. Op een vijfpuntsschaal geeft men aan in hoeverre elk item een onaangenaam gevoel oproept. Eén voorbeelditem. Aan de vragenlijst zijn vier therapeutische oefenprogramma's verbonden met...
De vragenlijst bestaat uit 89 vragen met meervoudige antwoordvorm. De jongere kiest het antwoord dat op hem/haar het meest van toepassing is. Er zijn vier subschalen: P (34 items), F- (14 items), F+ (18 items) en SW (23 items).