De test bestaat uit drie subtests van de GIT: Cijferen, Legkaart en Woordmatrijs. Elke subtest heeft drie oefenitems, alle items worden aangeboden.
De observatieschaal bestaat uit 120 zevenpuntsschalen waarop de beoordelaar steeds een gedragsaspect van de jeugdige moet scoren. De schalen vormen samen 10 min of meer geïntercorreleerde gedragspatronen (gebaseerd op voorlopige patronen van...
De test is ontwikkeld naar een heuristisch model van H.J. Mark betreffende de hiërarchische organisatie en ontwikkeling van functies binnen leerkanalen. De subtests Blokpatronen, Vouwblaadjes en Natikken meten o.m. de functies aandacht,...