Methode bestaande uit twee parallelvormen A en B, elk met 45 opgaven. De opgaven zijn in groepen van 5 verdeeld over negen schalen:1. Vergelijken: het vergelijken van objecten op kwalitatieve en kwantitatieve kenmerken.2. Hoeveelheden koppelen:...
Schaal bestaande uit 4 vragen die betrekking hebben op de afgelopen week:- Individueel: Hoe ging het met uzelf?- Interpersoonlijk: Hoe ging het in de contacten thuis, met mensen die dichtbij u staan?- Maatschappelijk: Hoe ging het met uw...
Observatieschaal in de vorm van de Q-sort techniek. Levert een systematische beschrijving van gedrag en beleven van het kind op.Bestaat uit 100 kaartjes met uitspraken en negen enveloppen. De leraar (of andere informant) beoordeelt hoe goed elke...