Schooltoets gericht op het onderzoeken van elementaire rekenbewerkingen. Hierbij wordt verondersteld dat basisvaardigheden van het rekenproces, zoals optellen en vermenigvuldigen reeds aanwezig zijn. Het instrument bestaat uit 60 items verdeeld...
De test bestaat uit drie subtests van de GIT: Cijferen, Legkaart en Woordmatrijs. Elke subtest heeft drie oefenitems, alle items worden aangeboden.
Vragenlijst met 58 items die op een zespuntsschaal van ‘dat is beslist zo' tot ‘dat is beslist niet zo' worden gescoord. De items betreffen aspecten van dwanggedrag.