Methode bestaande uit twee parallelvormen A en B, elk met 45 opgaven. De opgaven zijn in groepen van 5 verdeeld over negen schalen:1. Vergelijken: het vergelijken van objecten op kwalitatieve en kwantitatieve kenmerken.2. Hoeveelheden koppelen:...
De test bestaat uit drie subtests van de GIT: Cijferen, Legkaart en Woordmatrijs. Elke subtest heeft drie oefenitems, alle items worden aangeboden.
Twee begeleidingsinstrumenten; LAS 1 bevat 14 leesattitude items die verstopt zijn tussen 50 afleiders. De vragen worden met ja of nee beantwoord. LAS 2 heeft 18 meerkeuzevragen. Elke schaal heeft een eigen vragenboekje en aparte...