Methode bestaande uit twee parallelvormen A en B, elk met 45 opgaven. De opgaven zijn in groepen van 5 verdeeld over negen schalen:1. Vergelijken: het vergelijken van objecten op kwalitatieve en kwantitatieve kenmerken.2. Hoeveelheden koppelen:...
Vragenlijst met 18 items die betrekking hebben op Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen (11 items) en Huishoudelijke Dagelijkse Levensverrichtingen (7 items) in de huidige situatie. Elk item heeft vier antwoordcategorieën: het ‘zelfstandig...
De test bestaat uit een boek met 60 getekende plaatjes van opklimmende moeilijkheidsgraad. Het object en soms enige onderdelen moeten door het kind benoemd worden. Aanwijzingen voor de scoring.