De test bestaat uit 225 paren van uitspraken in de ik-vorm. Cliënt moet steeds aangeven welke van de twee beweringen het meest op hem van toepassing is. De test omvat 16 variabelen ontleend aan het need-systeem van H.A. Murray:...
Beoordelingsschaal met 12 items betreffende de aan- of afwezigheid van gemiddeld-normaal gedrag (contact leggen, actief taalgebruik) of ongewoon c.q. gestoord gedrag (stereotypie-en, automutilatie enz.).
De test bestaat uit 36 items. De kern van elk item is een rechthoekig patroon waaruit een stukje is weggelaten. Het kind moet uit zes afbeeldingen dat stukje kiezen dat in de open plaats past. Voor partieel kleurenblinden wordt het gebruik...