De evaluatieschaal bestaat uit zes kaarten met beschrijving en tekening van zes institutionele woonvoorzieningen: van klassiek paviljoen tot zelfstandig wonen. Patiënt moet deze kaarten naar voorkeur rangordenen. Deze volgorde wordt genoteerd...
De test bestaat uit drie subtests van de GIT: Cijferen, Legkaart en Woordmatrijs. Elke subtest heeft drie oefenitems, alle items worden aangeboden.
Vragenlijst met 95 items betreffende onaangename situaties. Op een vijfpuntsschaal geeft men aan in hoeverre elk item een onaangenaam gevoel oproept. Eén voorbeelditem. Aan de vragenlijst zijn vier therapeutische oefenprogramma's verbonden met...