Testbatterij bestaand uit 14 subtests. Voor de (zeer) jonge kinderen worden minder subtests gebruikt dan voor de oudere kinderen vanwege de sprong in cognitieve ontwikkeling:- leeftijd 2:6-3:11, vijf subtests: Receptieve Woordenschat,...
Test bestaande uit zes subtests:- Woordenschat (WS): 34 woorden waarbij de leerling uit vier woorden het juiste synoniem moet kiezen.- Verbale Analogieën (VA): 34 opgaven bestaande uit een analogieredenering met vier antwoordmogelijkheden.-...
Projectieve test met tien platen. Op de tien platen staan inktvlekken afgebeeld, vijf zwart-witte en vijf met kleur. De tien platen worden op volgorde aangeboden aan de cliënt. Deze wordt gevraagd wat de inktvlek voorstelt. Reacties worden...
Test bestaande uit vijf domeinen met elk vijf tot zes facetten:- Gevoeligheid: nervositeit, boosheid, neerslachtigheid, gene en stressbestendigheid.- Extraversie: vriendelijkheid, contactbehoefte, dominantie, dynamiek, spanningsbehoefte en...
Test bestaande uit zes onderdelen voor niveau 1, zeven onderdelen voor niveau 2 en acht onderdelen voor niveau 3 en 4:1. Berekeningen: verbaal gesteld rekenprobleem met zes antwoordmogelijkheden. Berekeningen bestaat uit 20 opgaven voor niveau 2...
De VDL Persoonlijkheid bestaat uit drie persoonlijkheidstests:- PT 16-20: vragenlijst bestaande uit 50 beweringen met betrekking tot de big five persoonlijkheidstrekken, waarbij de leerling op een vijfpuntsschaal moet aangeven in hoeverre...
Test bestaande uit zes taken, waarbij elke taak uit twintig opgaven bestaat:- Synoniemen: de leerling moet bij het woord van de opgave een woord met dezelfde betekenis kiezen uit vijf antwoordmogelijkheden.- Tegenstellingen: de leerling moet bij...
Test bestaande uit zes subtests:- Matrix Redeneren (MR): de cliënt krijgt een onvolledige matrix van figuren te zien en kiest het ontbrekende onderdeel uit vier of vijf antwoordmogelijkheden.- Substitutie (SU): de cliënt kopieert symbolen die...
Vragenlijst bestaand uit 185 items. De eerste 170 items bestaan uit stellingen waarbij de kandidaat antwoordt door te kiezen uit ‘waar', ‘?' of ‘niet waar'. Voorbeelditem: ‘Ik houd ervan ordelijk te zijn en te weten waar al mijn spullen zijn'....
Schaal bestaande uit 4 vragen die betrekking hebben op het behandelcontact:- Relatie/Contact: Ik voel me (niet) gehoord, begrepen en gerespecteerd.- Doelen en Onderwerpen: We hebben (niet) gewerkt aan of gepraat over de dingen waaraan ik wilde...