De test heeft verschillende vormen voor kleuters, schoolkinderen en volwassenen. De testopgaven bestaan uit één normfiguur en vier tot acht varianten hiervan, waarvan er één identiek is aan de normfiguur. Men moet de identieke figuur kiezen.
De vragenlijst bestaat uit 18 homogene interesseschalen:Exact-wetenschappelijk (EW), techniek (Te), literair (Li), artistiek (Ar), muziek (Mu), alfa-wetenschappelijk (AW), commercieel (Co), sociaal (So), maatschappij-wetenschappelijk (MW),...
De test is in drie vormen beschikbaar: Vorm A, de kaartjesvorm met 550 items op kaartjes gedrukt die gesorteerd moeten worden in hoeverre ze van toepassing zijn in ‘juist', ‘onjuist' en ‘ik weet het niet'. Vorm B, de volledige boekjesvorm met...
De test bestaat uit een blad met 100 paren beroepen. Van elk paar moet de cliënt het meest aantrekkelijke kiezen. De beroepenparen staan in tien rijen en tien kolommen. De TBT meet tien interessefactoren en elk van hen wordt vertegenwoordigd...