De test bestaat uit 20 figuren van hard plastic. De figuren variëren in vorm, grootte en kleur. Het eerste deel omvat drie reeksen opdrachten (30 items) en is bestemd voor kinderen van 3 tot 4:6 jr.; het tweede deel omvat twee reeksen opdrachten...
Begeleidingsinstrument met 41 vragen die met ja of nee beantwoord moeten worden. Acht clusters van vragen betreffen het werk, twee clusters betreffen de gezondheid (1 tot 6 items per cluster). Er kunnen modules met bedrijfsspecifieke vragen...
Observatieschaal met 53 items in te vullen door verplegend of verzorgend personeel in verpleeghuizen of door maatschappelijk werker bij patiënt thuis. De items worden ingevuld op een vijfpuntsschaal van ‘ongestoord gedrag' tot ‘volledig gestoord...
Observatieschaal met 30 gedragsomschrijvingen die op vijfpuntsschalen van ‘nooit' tot ‘altijd' worden ingevuld. De IPPO bestaat uit twee subschalen: 1. Sociale interesse en Gedrag en 2. Zelfkontrole en Normbesef. De totaalscore geeft het...
Evaluatieschaal met 16 beweringen verdeeld over twee factoren: 1. Houding t.a.v. rechtsregels en de mate waarin men zich daaraan gebonden acht (8 items); 2. Houding t.a.v. rechtsfunctionarissen (7 items). Eén item laadt op beide factoren. Op...
Observatieschaal met acht pijngedragingen waarvan de intensiteit of frequentie wordt beoordeeld op een driepuntsschaal. Tijdens de observatieperiode wordt de patiënt gevraagd te lopen, te staan e.d. De observatoren moeten getraind worden in de...
Observatieschaal in te vullen door verpleegkundigen/begeleiders die de patiënt minstens een half jaar kennen. De schaal heeft 44 items die vier typen activiteiten omvatten: zelfredzame, ondernemende, huishoudelijke en sociale activiteiten. Op...
Deze vragenlijst bestaat uit 35 items; 18 items betreffen verwachtingen die mensen hebben t.a.v. de effectiviteit van hun sociale gedrag en eisen die men zichzelf stelt in sociale situaties, 17 items betreffen de zelfwaardering i.v.m....
De test omvat zeven subtests: 1. Begrip van woorden, 2. Begrip van zinnen, 3. Benoemen, 4. Opnoemen van woorden, 5. Spontaan taalgebruik, 6. Klankdiscriminatie, 7. Zinnen maken. Subtests 1 t/m 5 vormen samen de SAN-kernbatterij. Het materiaal...
Men legt voor de patiënt in een vaste volgorde een aantal schijfjes op tafel. Deze schijfjes variëren in grootte, vorm en kleur. De test bestaat uit vijf reeksen ‘oral commands expressed in progressively more and more complex non redundant...